Belasting staat op 1 oktober opvallend hoog in de Nederlandse zoektrends. Voor huishoudens met spaargeld, beleggingen, een tweede woning of andere bezittingen is vooral box 3 een onderwerp waar oude bedragen snel tot fouten leiden. De Belastingdienst gebruikt voor 2026 nieuwe bedragen en voorlopige rendementspercentages, terwijl daarnaast de mogelijkheid bestaat om het werkelijke rendement door te geven.
De belangrijkste waarschuwing is daarom simpel: gebruik niet automatisch een rekenvoorbeeld uit 2025. De vrijstelling, forfaitaire rendementen en andere grenzen kunnen per jaar veranderen. Controleer altijd het belastingjaar waarop een bedrag betrekking heeft.
Hoe hoog is het heffingsvrije vermogen in 2026?
Volgens de Belastingdienst bedraagt het heffingsvrije vermogen in 2026 €59.357 per persoon. Voor fiscale partners die het hele jaar als fiscale partners worden behandeld, is dat samen €118.714.
Het heffingsvrije vermogen is geen bedrag dat van de berekende belasting wordt afgetrokken. Het verlaagt de grondslag sparen en beleggen binnen de forfaitaire berekening. Dat verschil is belangrijk wanneer je zelf wilt controleren hoe de voorlopige aanslag tot stand is gekomen.
Welke voorlopige rendementen gebruikt de Belastingdienst?
Voor de voorlopige aanslag 2026 vermeldt de Belastingdienst een rendementspercentage van 1,28% voor banktegoeden, inclusief spaargeld en contant geld. Voor overige bezittingen staat het voorlopige percentage op 6,00%. Voor schulden wordt 2,70% gebruikt.
Over het berekende voordeel in box 3 geldt een belastingtarief van 36%. Deze percentages zijn niet hetzelfde als het rendement dat jij werkelijk op je rekening of belegging hebt behaald. Het zijn percentages voor de forfaitaire berekening van de voorlopige aanslag.
Waarom staat er 'voorlopig' bij die percentages?
Sommige percentages voor box 3 worden pas definitief vastgesteld wanneer voldoende gegevens over het jaar beschikbaar zijn. Een voorlopige aanslag is daarom precies wat de naam zegt: een voorlopige berekening op basis van de op dat moment geldende cijfers en gegevens.
Dat betekent niet dat je de aanslag kunt negeren. Wel moet je weten dat definitieve vaststelling en eventuele correcties later kunnen volgen.
Hoe werkt de forfaitaire berekening in grote lijnen?
De Belastingdienst verdeelt het vermogen in categorieën, zoals banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Op elke categorie wordt het relevante rendementspercentage toegepast. Daarna wordt rekening gehouden met de rendementsgrondslag en het heffingsvrije vermogen.
Een voorbeeld van de Belastingdienst laat zien dat een stel met €150.000 aan spaargeld eerst het forfaitaire rendement berekent. Daarna wordt de grondslag verminderd met het gezamenlijke heffingsvrije vermogen. Het aandeel in de rendementsgrondslag bepaalt welk deel van het berekende rendement uiteindelijk belast wordt.
Wat verandert als je het werkelijke rendement doorgeeft?
De Belastingdienst wijst erop dat bij de berekening van het werkelijke rendement geen heffingsvrij vermogen wordt toegepast op dezelfde manier als in de forfaitaire methode. Dat is een belangrijk verschil. Je kunt daarom niet simpelweg de werkelijke opbrengst nemen en daar €59.357 vanaf trekken.
Welke methode uiteindelijk voor jou relevant is, hangt af van de regels en jouw gegevens. Bewaar daarom bankoverzichten, waarderingen, ontvangen rente, dividenden en informatie over vermogensbestanddelen zorgvuldig.
Wat valt onder overige bezittingen?
Daaronder kunnen bijvoorbeeld beleggingen en een tweede woning vallen. De precieze fiscale behandeling hangt af van het soort bezit en de regels voor dat belastingjaar. Een eigen woning die als hoofdverblijf kwalificeert valt doorgaans niet op dezelfde manier in box 3 als een tweede woning.
Wie meerdere soorten vermogen heeft, moet dus niet alleen naar het totale saldo kijken. De verdeling over categorieën beïnvloedt de forfaitaire berekening.
Hoe werken schulden in box 3?
Niet elke euro schuld wordt automatisch volledig afgetrokken. Er geldt een drempel. In het officiële rekenvoorbeeld voor 2026 gebruikt de Belastingdienst een schulddrempel van €3.800 per persoon. Pas het aftrekbare deel wordt in de berekening meegenomen.
Wie een fiscale partner heeft of verschillende schulden bezit, moet de actuele voorwaarden controleren. Een consumptieve lening, hypotheek op een tweede woning en andere schuld kunnen fiscaal anders uitpakken dan een lening die bij de eigen woning hoort.
Wat heeft het Belastingplan 2026 veranderd?
Rijksoverheid noemt voor box 3 onder meer het verlagen van het heffingsvrije vermogen en het verhogen van het wettelijk vastgelegde forfaitaire rendement voor overige bezittingen als onderdelen van het Belastingplan 2026. Veel maatregelen zijn op 1 januari 2026 ingegaan.
Daarnaast bevat het pakket wijzigingen buiten box 3, zoals een lagere inflatiecorrectie in de inkomstenbelasting, aanpassingen aan energiebelasting en het verlengen van de korting op brandstofaccijns tot het einde van 2026.
Waarom kan jouw voorlopige aanslag afwijken van een online voorbeeld?
Een rekenvoorbeeld gebruikt vaste bedragen en een eenvoudige samenstelling van vermogen. In werkelijkheid kunnen bezittingen veranderen, kunnen partners vermogen verdelen, kunnen schulden een rol spelen en kan een waardering op de peildatum afwijken van wat je vandaag in een app ziet.
Controleer daarom eerst de gegevens die de Belastingdienst heeft gebruikt voordat je concludeert dat het tarief of de formule fout is.
Welke peildatum is belangrijk?
Box 3 kijkt naar de waarde van vermogen op de wettelijke peildatum. Het saldo dat je maanden later ziet is niet automatisch het relevante bedrag. Dat is vooral belangrijk bij grote stortingen, beleggingen met sterke koersbewegingen of een aankoop of verkoop rond de jaarwisseling.
Gebruik voor aangifte en controle de officiële jaaroverzichten van banken en andere financiële instellingen, samen met documenten van bezittingen die niet automatisch worden vooringevuld.
Wat kun je nu praktisch controleren?
- Of je voorlopige aanslag het juiste belastingjaar noemt.
- Of het vermogen en eventuele fiscale partner correct zijn verwerkt.
- Of banktegoeden en overige bezittingen in de juiste categorie staan.
- Of aftrekbare schulden en de drempel juist zijn toegepast.
- Of je gegevens hebt om het werkelijke rendement te onderbouwen als dat relevant wordt.
- Of grote wijzigingen in inkomen of vermogen aanleiding zijn om de voorlopige aanslag aan te passen.
Moet je extra aflossen of vermogen verplaatsen om belasting te besparen?
Een belastingeffect is slechts één deel van een financiële keuze. Extra aflossen kan liquiditeit verminderen. Beleggen brengt risico mee. Geld vastzetten voor een fiscaal voordeel kan onhandig zijn als je het kort daarna nodig hebt.
Maak daarom geen grote transactie uitsluitend op basis van één box-3-percentage. Kijk naar rendement, risico, rente, kosten, toegankelijkheid en belasting samen.
De kern voor 2026
Voor de voorlopige box-3-berekening is €59.357 per persoon heffingsvrij vermogen het centrale bedrag. De voorlopige rendementen zijn 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden; het box-3-tarief is 36%. De route via werkelijk rendement werkt anders en kent niet simpelweg dezelfde vrijstelling.
Controleer de actuele cijfers bij de Belastingdienst voor de voorlopige aanslag 2026, de uitleg over het heffingsvrije vermogen en het Belastingplan 2026. Meer Nederlandse geld- en huishoudthema’s staan onder Leven.




